De Dalmatiër Club Nederland wil alle fokkers en liefhebbers van de Dalmatische hond informeren over het feit dat er in 2015 bij één Nederlandse fokker twee pups met dwerggroei zijn geboren in één nestje. Nu was dwerggroei geen onbekend fenomeen binnen de Dalmatische honden-wereld, de eerste pups met dwerggroei werden in de jaren ’70 geboren in Scandinavische landen. Maar aangezien het aantal pups met dwerggroei altijd zo laag is gebleven, is er nooit direct aanleiding geweest om veel aandacht aan het fenomeen te besteden of maatregelen te nemen binnen de fokkerij. Echter, nu er in de 20ste en 21ste eeuw meerdere pups met dwerggroei zijn geboren en het zich niet heeft beperkt tot gevallen in Scandinavische landen, lijkt het een goed moment om dwerggroei bij de Dalmatische hond onder de aandacht te brengen.
Eerst wat achtergrond informatie over dwerggroei. Dwerggroei komt bij veel levende wezens voor zoals bij paarden, koeien, mensen en zo ook bij honden. Er zijn meerdere rassen waar zo nu en dan honden met dwerggroei worden geboren en er zijn meerdere vormen van dwerggroei bij honden bekend, zoals bijvoorbeeld hypofysair en chondrodysplastische dwerggroei. Sommige honden worden zelfs bewust gefokt met een kenmerk van een bepaalde vorm van dwerggroei in de poten, denk daarbij aan de Teckel en Bassets. Bij deze rashonden spreken we van achondroplasie, één van de vormen van orthochondrodysplastische dwerggroei. Bij de twee Dalmatische honden die in 2015 in Nederland geboren zijn is dermate veel onderzoek gedaan dat men met zekerheid heeft vast kunnen stellen dat het niet om hypofysaire dwerggroei gaat. Bij de Dalmatische honden spreken we van chondrodysplastische dwerggroei.
Uiterlijke kenmerken van Dalmatische honden met dwerggroei: de pups hebben de eerste 8 weken een vrijwel normaal uiterlijk. Sommige van de pups die aan dwerggroei leden/lijden hadden of hebben een iets kortere nek, een kortere dikkere staart en net even wat langer en zachter haar. Aangezien dit ook weer niet voor alle aan dwerggroeilijdende pups gold/geldt, zijn dit helaas geen aanwijzingen die bruikbaar genoeg zijn om pups te detecteren in het nest. Naarmate de pups opgroeien wordt duidelijk dat er iets mis gaat met de groei van de voorpoten. In de voorpoten groeit een kromming, die qua uiterlijke kenmerken gelijk is aan Radius Curvus.
Afbeelding van de voorpoten van een aan dwerggroeilijdende Dalmatische hond
Op röntgenfoto’s die genomen worden tussen de leeftijd van 4 tot 12 weken is wel het verschil te zien tussen een lijder en niet-lijder van chondrodysplastische dwerggroei. Bij puppies die niet lijden aan dwerggroei heeft het einde van de ellepijp een V-vorm (puntig, als in een pijl) en is gelijkmatig en ondoorzichtig. Bij puppies die lijden aan chrodrodysplastische dwerggroei is het eind van de ellepijp duidelijk afgeplat en is onregelmatig van vorm. Na de leeftijd van 12 weken is het verschil in het eind van de ellepijp niet meer zichtbaar.
Afbeelding van een dwerggroeilijdende Dalmatische hond
CT scan linkervoorpoot van een aan dwerggroeilijdende Dalmatische hond
Afbeelding chirurgisch doorgezaagde ellepijp van een aan dwerggroeilijdende Dalmatische hond
De afgelopen jaren zijn meerdere bloedstalen van de Nederlandse en de Scandinavisch pup(s) met dwerggroei en hun familieleden afgenomen en dit is opgestuurd naar de Universiteit in Finland. Ook bij de Universiteit van Uppsala in Zweden deed men onderzoek naar dwerggroei bij de Dalmatische Hond. In oktober 2023 kwam de Nederlandse fokker, Erna Kuipers, in contact met een onderzoeksteam van de universiteit in Uppsala, Zweden. Ze hadden nieuwe DNA technieken over oud materiaal uit de jaren ’80 laten gaan en de resultaten bleken veelbelovend. Het team had inmiddels vernomen dat er recentere dwergjes in Nederland bestonden en wilden hen graag deel maken van het onderzoek om te zien of hetgeen ze hadden gevonden ook van toepassing was op de recentere dwergjes. Opnieuw verzamelden we bloedstalen en zonden deze dit keer naar Zweden. Al snel kwam het onderzoeksteam met goed nieuws terug. Het gevonden afwijkende gen kwam overeen en hiermee konden ze dan ook met zekerheid vaststellen dat het gen gevonden was en er een test ontwikkeld zou kunnen worden. Uiteindelijk heeft het tot juni 2025 geduurd voor de DNA test daadwerkelijk op de markt. Het verantwoordelijke gen betreft een autosomaal recessieve mutatie in het PRKG2-gen. Een hond moet het afwijkende gen van beide ouders erven om de ziekte te ontwikkelen. Dragers (honden met slechts één kopie van het afwijkende gen) vertonen volgens de huidige wetenschappelijke literatuur geen duidelijke symptomen. Dieren met twee kopieën van de mutatie zijn lijder en zullen de aandoening ontwikkelen. Op dit moment (2025) zijn er twee laboratoriums die de dwerggroei-gen-test voor de Dalmatische hond uitvoeren. Dit zijn Laboklin en Combibreed (VHLGenetics). Voor de test bij CombiBreed kunnen leden van de DCN via
Aangezien het invullen van deze lijst op vrijwillige basis geschied, zijn niet alle geteste honden vermeld. Op dit moment denken wij dat het verstandig is om honden die niet getest zijn te beschouwen als ‘potentieel drager van het dwerggroei-gen’ (uitgezonderd honden die “free door parentage” zijn, oftewel afstammen van geteste vrije ouderdieren).
Afbeelding links dwerggroeilijdende rechts niet dwerggroeilijdende Dalmatische hond
Er is dus nu gelukkig een DNA test. Hoe nu verder? We kunnen honden testen maar wat nou als zij drager blijken van het dwerggroei gen? Moeten we deze honden uitsluiten? Eerst wat theorie over de manier van vererving:
Dwerggroei bij de Dalmatische Hond betreft dus een genetische afwijking op het PRKG2 gen en deze afwijking vererft autosomaal recessief.
Recessieve overerving is een manier waarop genetische eigenschappen, zoals bepaalde aandoeningen, van ouders op nakomelingen worden doorgegeven. Bij deze vorm van overerving moet een nakomeling twee kopieën van een gemuteerd gen erven (één van elke ouder) om de aandoening te vertonen. Als een nakomeling slechts één kopie van het gemuteerde gen erft, is het een drager van de aandoening, maar heeft het geen symptomen.
Dragers van het gen zijn dus dieren die één kopie van het recessieve gen hebben. Ze hebben geen symptomen, maar kunnen de aandoening of ziekte wel doorgeven aan hun nakomelingen.
Lijders van het gen zijn dus dieren die twee kopieën van het recessieve gen hebben. Zij vertonen symptomen van de aandoening of ziekte.We tonen je nu een overzicht van de verschillende manieren van overerving bij recessieve vererving:
Er is dus nu gelukkig een DNA test. Hoe nu verder? We kunnen honden testen maar wat nou als zij drager blijken van het dwerggroei gen? Moeten we deze honden uitsluiten? Eerst wat theorie over de manier van vererving:
Dwerggroei bij de Dalmatische Hond betreft dus een genetische afwijking op het PRKG2 gen en deze afwijking vererft autosomaal recessief.
Recessieve overerving is een manier waarop genetische eigenschappen, zoals bepaalde aandoeningen, van ouders op nakomelingen worden doorgegeven. Bij deze vorm van overerving moet een nakomeling twee kopieën van een gemuteerd gen erven (één van elke ouder) om de aandoening te vertonen. Als een nakomeling slechts één kopie van het gemuteerde gen erft, is het een drager van de aandoening, maar heeft het geen symptomen.
Dragers van het gen zijn dus dieren die één kopie van het recessieve gen hebben. Ze hebben geen symptomen, maar kunnen de aandoening of ziekte wel doorgeven aan hun nakomelingen.
Lijders van het gen zijn dus dieren die twee kopieën van het recessieve gen hebben. Zij vertonen symptomen van de aandoening of ziekte.We tonen je nu een overzicht van de verschillende manieren van overerving bij recessieve vererving:

Zoals jullie in bovenstaande afbeelding kunnen zien, krijg je volledig gezonde dieren wanneer je een vrije hond kruist met een vrije hond (vrij van het dwerggroei gen, in ons geval). Maar je krijgt ook 100% gezonde dieren wanneer je een vrije hond kruist met een drager of lijder. Goed, lijders zullen wij in de fokkerij niet gebruiken omdat zij al niet goedgekeurd zullen worden bij de dierenartsencontrole (zoals voorgeschreven in ons fokreglement). Maar, dragers kruisen met een vrije hond geeft dus 50% pups die zelf geen drager zijn en 50% pups die zelf wel drager zijn (statistisch gezien). Let dus wel, in beide gevallen hebben zij geen symptomen van de ziekte!
En waarom hameren we hier nu zo op?
Geen enkele fokker wil zieke dieren fokken. En veel fokkers zijn geneigd te denken dat ze dan maar met honden moeten fokken die vrij zijn van afwijkingen/ziektes (zoals dwerggroei). Maar het is een volstrekte misvatting om te denken dat je dragers binnen de fokkerij uit kunt en uit moet sluiten. Een stukje achtergrond informatie:
Het testen op erfelijke aandoeningen is inmiddels een standaardpraktijk bij verantwoordelijke fokkers. Een van de dilemma’s die daarbij naar voren komt, is hoe om te gaan met dragers van genetische aandoeningen — honden die zelf niet ziek zijn, maar wel een kopie van een gemuteerd gen bij zich dragen. Op het eerste gezicht lijkt uitsluiting van deze dragers een logische stap om ziektes uit te bannen. Toch is het uitsluiten van dragers op lange termijn geen verstandige keuze. Waarom niet? Het probleem met uitsluiting is de genetische diversiteit van je populatie. Door dragers uit te sluiten van de fokkerij gooi je heel veel genen weg. En deze komen nooit meer terug. Maar omdat elke rashondenpopulatie al zo’n kleine genenpopulatie heeft, is het behoud van zoveel mogelijk verschillende genen binnen je populatie van levensbelang. Elke keer dat een hond wordt uitgesloten van de fok, gaat een unieke combinatie van genetisch materiaal verloren. Het uitsluiten van dragers op termijn zal meer kwaad dan goed doen want het veroorzaakt een verlies van genetische variatie en dat leidt weer tot verhoogde inteelt. En verhoogde inteelt resulteert weer in andere erfelijke aandoeningen, verminderde vruchtbaarheid, kortere levensduur en algemene verzwakking van het ras. Fokkers kunnen nu met de DNA testen vaststellen of een hond drager is, vrij is, of lijder is van een genetische aandoening. Door dragers alleen te kruisen met vrije honden (vrije honden, die het defecte gen dus niet dragen), is het mogelijk om volledig gezonde pups te fokken, die de ziekte niet ontwikkelen. De nakomelingen zijn in dit geval altijd óf drager óf vrij — nooit lijder. Dit betekent dat je door doordacht te fokken met dragers het defecte gen onder controle kunt houden zonder de genetische diversiteit op te offeren. Gebruik dragers met goede eigenschappen daarom wel in het fokprogramma. Zorg voor transparantie over de genetische status van ouderdieren. Streef naar een zo breed mogelijke genenpoel en vermijd zoveel mogelijk inteelt. Op deze manier kan de frequentie van het defecte gen langzaam dalen, zonder dat het ras genetisch verarmt. Het uitsluiten van dragers lijkt misschien een snelle oplossing om genetische ziektes te bestrijden, maar het zal leiden tot een veel ernstiger problemen: verlies van genetische diversiteit en toename van inteelt gerelateerde problemen.
|
|



